Woo-verzoek indienen: zo werkt het

Met een Woo-verzoek vraag je een overheidsorganisatie om informatie openbaar te maken. Iedereen kan zo’n verzoek indienen, mondeling of schriftelijk en zonder te zeggen waarom – een perskaart heb je er niet voor nodig. De organisatie beslist volgens de Wet open overheid uiterlijk binnen vier weken; die termijn kan met hoogstens twee weken worden verlengd.

Stand: 2 oktober 2026


Wat is de Woo?

De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op toegang tot publieke informatie van de overheid.

Volgens de Rijksoverheid heeft iedereen recht op informatie over wat de overheid doet, hoe ze dat doet en waarom. Overheidsorganisaties moeten die informatie uit zichzelf geven, of als iemand erom vraagt. Dat is geregeld in de Woo.

De kern staat in artikel 1.1 Woo: “Eenieder heeft recht op toegang tot publieke informatie zonder daartoe een belang te hoeven stellen, behoudens bij deze wet gestelde beperkingen.”

Vraagt een burger, bedrijf of journalist zelf om openbaarmaking, dan heet dat volgens het programma Open Overheid ‘openbaar maken op verzoek’ of ‘passieve openbaarmaking’. Dat is het Woo-verzoek.

Wat je kunt opvragen

Je vraagt informatie over een bepaalde aangelegenheid of een bepaald document (artikel 4.1, vierde lid). Het gaat om documenten die al bestaan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in 2024 dat de Woo geen verplichting geeft informatie alsnog te maken, ook niet als die er volgens een wettelijk voorschrift had moeten zijn (ECLI:NL:RVS:2024:1066).

Bij wie je het vraagt

Bij een bestuursorgaan, of bij een instelling, dienst of bedrijf die onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkt; dan beslist dat bestuursorgaan (artikel 4.1, eerste lid). De Rijksoverheid noemt onder meer gemeenten, provincies en waterschappen, en organisaties zoals de Eerste en Tweede Kamer, de Raad van State, de Nationale ombudsman, de Raad voor de Rechtspraak en de Algemene Rekenkamer.


Wie mag een Woo-verzoek indienen?

Iedereen. Je hoeft niet te zeggen waarom je de informatie wilt hebben.

  • Iedereen. Volgens artikel 4.1 Woo kan „eenieder” een verzoek doen. De handreiking ‘De Wet open overheid in 40 vragen’ noemt burgers en journalisten, maar ook stichtingen en verenigingen. Je hoeft volgens die handreiking niet de Nederlandse nationaliteit te hebben of in Nederland te wonen.
  • Zonder reden. Je hoeft bij je verzoek geen belang te stellen (artikel 4.1, derde lid). De Rijksoverheid schrijft wel dat het de organisatie helpt als je goed uitlegt wat je wilt weten en waarom.
  • Zonder perskaart. Voor een Woo-verzoek heb je geen perskaart, lidmaatschap of journalistieke status nodig: het recht op toegang geldt voor eenieder (artikel 1.1).

Anoniem? In de geraadpleegde overheidsbronnen staat niet uitdrukkelijk of een anoniem Woo-verzoek mogelijk is. Het ministerie van OCW schrijft wel dat je adresgegevens nodig zijn als je het besluit per post wilt ontvangen.


Zo dien je een Woo-verzoek in

Een verzoek kan volgens artikel 4.1 Woo mondeling of schriftelijk worden ingediend en elektronisch worden verzonden, op de manier die de organisatie aangeeft.

1

Kies de organisatie

Je richt je verzoek tot het bestuursorgaan. In de Woo-index vind je volgens de Rijksoverheid de contactgegevens per organisatie; je kunt je vraag ook stellen aan de Woo-contactpersoon.

2

Omschrijf wat je zoekt

Noem de aangelegenheid of het document waarover je informatie wilt (artikel 4.1, vierde lid). Is je verzoek te algemeen, dan vraagt de organisatie je binnen twee weken het te preciseren en helpt ze je daarbij (vijfde lid).

3

Kies hoe je indient

Mondeling, per brief of per e-mail. Sommige overheidsorganisaties hebben volgens de Rijksoverheid een speciaal Woo-formulier.

4

Geef de gewenste vorm aan

De organisatie verstrekt de informatie in de vorm die je vraagt, tenzij dat redelijkerwijs niet kan (artikel 4.5). Is de informatie al openbaar en makkelijk toegankelijk, dan wijst ze je daarop.

5

Overleg bij grote verzoeken

Is een voldoende gespecificeerd verzoek zo omvangrijk dat de termijn niet haalbaar is, dan overlegt de organisatie met je over de volgorde van afhandeling (artikel 4.2a). Werk je niet mee aan een gevraagde precisering, dan kan ze besluiten je verzoek niet te behandelen (artikel 4.1, zesde lid).

6

Ontvang het besluit

Per gevonden document beslist de organisatie volgens de Rijksoverheid: helemaal openbaar, gedeeltelijk openbaar of niet openbaar. Het besluit komt meestal per post of per e-mail.


Termijnen: hoe snel krijg je antwoord?

De beslistermijn staat in artikel 4.4 Woo. Voor Woo-verzoeken geldt die termijn, niet de algemene termijn uit de Algemene wet bestuursrecht.

WatTermijnBron
Beslissen op je verzoekZo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen vier weken, gerekend vanaf de dag na ontvangst van het verzoekArt. 4.4, eerste lid
VerdagenHoogstens twee weken extra, als de omvang of de gecompliceerdheid van de informatie dat rechtvaardigt; je krijgt vóór afloop van de eerste termijn een schriftelijke, gemotiveerde mededelingArt. 4.4, tweede lid
Zienswijzen van derdenDe termijn wordt opgeschort tot de zienswijze binnen is of de termijn daarvoor ongebruikt is verstreken; daarna hoor je zo spoedig mogelijk wanneer alsnog wordt beslistArt. 4.4, derde en vierde lid
Vragen om preciseringBinnen twee weken na ontvangst van een te algemeen verzoekArt. 4.1, vijfde lid
Overleg over prioriteringVóór het einde van de beslistermijn, als een verzoek te omvangrijk is om op tijd te beslissenArt. 4.2a
Verstrekken van de informatieTegelijk met het besluit; verwacht de organisatie bezwaar van een belanghebbende, dan twee weken na het besluitArt. 4.4, vijfde lid

Volgens de Woo-instructie van de Rijksoverheid (versie 2024) moet de organisatie zienswijzen vragen aan alle belanghebbenden die naar verwachting bedenkingen hebben bij de openbaarmaking. Gaat de informatie rechtstreeks over een derde of komt ze van een derde, dan krijgt die het besluit tegelijk met jou (artikel 4.4, zesde lid).


Wanneer de overheid informatie mag weigeren

Artikel 5.1 Woo kent absolute en relatieve uitzonderingsgronden. Wijst de organisatie je verzoek af op een relatieve grond, dan moet ze dat uitdrukkelijk motiveren (derde lid).

Absolute gronden (eerste lid)

Openbaarmaking blijft achterwege voor zover die:

  • de eenheid van de Kroon in gevaar kan brengen;
  • de veiligheid van de Staat kan schaden;
  • bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;
  • bepaalde gevoelige persoonsgegevens betreft – de handreiking noemt bijvoorbeeld medische, religieuze of seksuele gegevens –, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming gaf of ze kennelijk zelf openbaar maakte;
  • wettelijke identificatienummers betreft, zoals het BSN, tenzij verstrekking kennelijk geen inbreuk op de levenssfeer maakt.

Volgens de Woo-instructie is er dan geen ruimte voor een eigen afweging.

Relatieve gronden (tweede lid)

Openbaarmaking blijft ook achterwege voor zover het belang ervan niet opweegt tegen onder meer:

  • de betrekkingen met andere landen en internationale organisaties;
  • economische of financiële belangen van de Staat en andere overheden;
  • de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
  • inspectie, controle en toezicht;
  • de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
  • concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens;
  • de bescherming van het milieu en de beveiliging van personen en bedrijven;
  • het goed functioneren van de Staat en andere overheden.

Hier vindt dus een belangenafweging plaats.

Persoonlijke beleidsopvattingen. Uit documenten voor intern beraad wordt geen informatie verstrekt over persoonlijke beleidsopvattingen, zoals ambtelijke adviezen, visies en standpunten; feiten, prognoses en beleidsalternatieven vallen daar niet onder (artikel 5.2, eerste lid). Uit documenten voor formele bestuurlijke besluitvorming door onder meer ministers, colleges van burgemeester en wethouders en burgemeesters worden zulke opvattingen wel verstrekt, in niet tot personen herleidbare vorm, tenzij het intern beraad onevenredig wordt geschaad (derde lid). Of een document daarvoor is opgesteld, moet volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van geval tot geval worden beoordeeld (ECLI:NL:RVS:2025:4814).

Ouder dan vijf jaar. Weigert de organisatie informatie die ouder is dan vijf jaar, dan moet ze motiveren waarom de belangen ondanks het tijdsverloop zwaarder wegen dan het algemeen belang van openbaarheid (artikel 5.3).

Uitzonderlijke gevallen. Openbaarmaking kan ook achterwege blijven als die onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang en het algemeen belang van openbaarheid daar niet tegen opweegt (artikel 5.1, vijfde lid). Omgekeerd kan volgens de handreiking ‘De Wet open overheid in 40 vragen’ informatie die normaal niet openbaar wordt, in bijzondere omstandigheden toch openbaar worden als een zwaarwegend algemeen belang dat in een concreet geval vraagt; de handreiking noemt daarbij geen wetsartikel.

Voor milieu-informatie gelden afwijkende regels (artikel 5.1, zesde en zevende lid).


Wat kost een Woo-verzoek?

Openbaarmaking is volgens de wet kosteloos. Over kosten voor kopieën en andere stukken zijn de bronnen niet eensluidend.

BronWat er staatOpmerking
Woo, artikel 8.6“De openbaarmaking van informatie op grond van deze wet is kosteloos.” Voor kopieën kan een redelijke vergoeding worden gevraagd die de kostprijs van de informatiedragers niet overstijgt.Wettekst
‘De Wet open overheid in 40 vragen’, vraag 30Voor het openbaar maken van informatie op grond van de wet mogen geen kosten in rekening worden gebracht.Noemt geen vergoeding voor kopieën
Ondernemersplein“Een Woo-verzoek is gratis. Soms betaalt u wel voor bijvoorbeeld kopieën, uittreksels of samenvattingen.”Een wettelijke grondslag voor kosten van uittreksels of samenvattingen staat niet op de pagina

De bronnen spreken elkaar op dit punt deels tegen. De wettekst zelf noemt alleen een vergoeding voor het maken van kopieën.


Wat als de overheid te laat beslist?

Een dwangsom per dag krijg je bij een Woo-verzoek niet automatisch. Je kunt de organisatie wel in gebreke stellen en naar de bestuursrechter gaan.

Geen wettelijke dwangsom. Bij gewone aanvragen verbeurt een bestuursorgaan dat te laat beslist een dwangsom van € 23 tot € 45 per dag, voor hoogstens 42 dagen (artikel 4:17 Awb). Die regeling geldt volgens artikel 8.2 Woo niet voor besluiten op grond van de Woo en niet voor beslissingen op bezwaar daartegen. Het artikel heet in de wet ‘Geen dwangsom niet tijdig beslissen’.

1

Ingebrekestelling

Je laat de organisatie schriftelijk weten dat ze in gebreke is (artikel 6:12 Awb). Volgens de handreiking ‘40 vragen’ vraag je haar daarmee per brief alsnog binnen twee weken te beslissen.

2

Beroep niet tijdig beslissen

Zijn twee weken na je ingebrekestelling verstreken, dan kun je beroep instellen bij de bestuursrechter. Dat beroep is niet aan een termijn gebonden (artikel 6:12 Awb).

3

Uitspraak

De rechter doet in de regel binnen acht weken uitspraak (artikel 8:55b Awb). Bij een gegrond beroep kan de rechter bij een omvangrijk verzoek een afwijkende termijn bepalen waarbinnen alsnog moet worden beslist (artikel 8.4 Woo).

Dwangsom via de rechter. Volgens de handreiking ‘40 vragen’ en de Woo-instructie moet het bestuursorgaan bij een gegrond beroep binnen een redelijke termijn beslissen, eventueel met een dwangsom eraan gekoppeld; die termijn stelt de rechter volgens de handreiking meestal op twee weken. Een voorbeeld: in een Woo-zaak stelde de Afdeling bestuursrechtspraak in 2024 de dwangsom op € 250 per dag, met een maximum van € 37.500 (ECLI:NL:RVS:2024:2530).

Het gaat dan om een dwangsom die de rechter vaststelt, niet om de wettelijke dwangsom uit de Awb. De handreikingen leggen dat verschil zelf niet uit; dat de Awb-regeling niet geldt, staat in artikel 8.2 Woo (zie ook de parlementaire geschiedenis bij artikel 8.2).

Heeft de indiener bij een omvangrijk verzoek onvoldoende meegewerkt aan afspraken over opschorting of uitstel, of komt de vertraging kennelijk door de manier van indienen, dan kan de rechter onder meer een proceskostenveroordeling achterwege laten (artikel 8.4, derde en vierde lid).


Niet eens met het besluit?

Tegen het besluit op je Woo-verzoek kun je bezwaar maken en daarna in beroep gaan.

Bezwaar

Volgens de Woo-instructie van de Rijksoverheid kan een belanghebbende binnen zes weken nadat het besluit is bekendgemaakt bezwaar maken bij het bestuursorgaan zelf.

Beroep

Ben je het na de beslissing op bezwaar nog steeds niet eens, dan kun je volgens dezelfde instructie binnen zes weken beroep instellen bij de bestuursrechter.

Hulp voor journalisten

Ben je journalist, wetenschapper of heb je een ander beroep waarvoor openbaarmaking belangrijk is, en heb je een klacht over de afhandeling? Dan kun je volgens de Rijksoverheid het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) om hulp vragen. Dat is geen formele rechtsgang.

Verwacht de organisatie dat een belanghebbende, bijvoorbeeld een derde over wie de informatie gaat, bezwaar maakt, dan verstrekt ze de informatie pas twee weken na het besluit. Wordt een voorlopige voorziening gevraagd, dan wordt de openbaarmaking opgeschort tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken (artikel 4.4, vijfde lid).


Voorbeeld: een Woo-verzoek opstellen

Een vast model is niet verplicht. Deze voorbeeldtekst bevat de onderdelen die de wet en de Rijksoverheid noemen; pas hem aan je eigen vraag aan.

Geachte heer, mevrouw,

Met een beroep op de Wet open overheid (Woo) verzoek ik u om openbaarmaking van «omschrijving van de aangelegenheid of van de documenten», over de periode van «begindatum» tot en met «einddatum». Het gaat mij in het bijzonder om «soort documenten, bijvoorbeeld e-mails, nota’s of verslagen». Ik ontvang de informatie graag «digitaal of op papier» op «e-mailadres of postadres». Is mijn verzoek te algemeen of zo omvangrijk dat u niet binnen de wettelijke termijn kunt beslissen, dan hoor ik dat graag, zodat we het verzoek kunnen preciseren of de volgorde van afhandeling kunnen afspreken. Ik zie uw besluit binnen de termijn van artikel 4.4 Woo tegemoet.

Met vriendelijke groet,
«naam»
«contactgegevens»
«datum»

Een reden geven hoeft niet (artikel 4.1, derde lid); volgens de Rijksoverheid helpt een toelichting wel. Wil je het besluit per post ontvangen, vermeld dan je adres.


Veelgestelde vragen over het Woo-verzoek

Een verzoek aan een overheidsorganisatie om informatie openbaar te maken op grond van de Wet open overheid. Het programma Open Overheid noemt dat ‘openbaar maken op verzoek’ of ‘passieve openbaarmaking’.

Iedereen: volgens artikel 4.1 Woo „eenieder”. Je hoeft geen belang te stellen en geen reden te geven. Volgens de handreiking ‘40 vragen’ kunnen ook stichtingen en verenigingen een verzoek doen.

Nee. Het recht op toegang tot publieke informatie geldt voor eenieder (artikel 1.1 Woo). Een perskaart of lidmaatschap speelt daarbij geen rol.

De openbaarmaking is kosteloos (artikel 8.6 Woo). Voor kopieën mag een redelijke vergoeding worden gevraagd, hoogstens de kostprijs van de informatiedragers. Ondernemersplein noemt daarnaast mogelijke kosten voor uittreksels of samenvattingen; volgens de handreiking ‘40 vragen’ mogen er geen kosten in rekening worden gebracht. De bronnen verschillen hier dus.

Zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen vier weken, gerekend vanaf de dag na ontvangst. Verdagen kan met hoogstens twee weken. Moeten derden eerst hun zienswijze geven, dan wordt de termijn opgeschort (artikel 4.4 Woo).

In elk geval de aangelegenheid of het document waarover je informatie wilt (artikel 4.1, vierde lid). Verdere vormvereisten zijn er niet. Je kunt aangeven in welke vorm je de informatie wilt ontvangen (artikel 4.5).

Je kunt informatie vragen van een bestuursorgaan of van een instelling, dienst of bedrijf die onder zijn verantwoordelijkheid werkt. Het gaat om bestaande documenten: de Woo verplicht niet om informatie alsnog te maken (ECLI:NL:RVS:2024:1066).

Daarover staat in de geraadpleegde overheidsbronnen geen uitdrukkelijke regel. Het ministerie van OCW schrijft dat je adresgegevens nodig zijn als je het besluit per post wilt ontvangen.

Niet automatisch: de wettelijke dwangsom uit de Awb geldt niet voor Woo-besluiten (artikel 8.2 Woo). Na een ingebrekestelling en twee weken wachten kun je in beroep gaan; de rechter kan dan een termijn stellen en daar eventueel een dwangsom aan koppelen.

Ja. Gemeenten, provincies en waterschappen vallen volgens de Rijksoverheid onder de Woo. De contactgegevens per organisatie staan volgens de Rijksoverheid in de Woo-index.

Nee, de Woo is een Nederlandse wet. In België gelden andere regels.

Dit is algemene informatie en geen juridisch advies.


Meer onderwerpen

Rectificatie

Wanneer je een correctie van een publicatie kunt eisen en welke route er is.

Smaad en laster

Het verschil, de strafbepalingen en wat dat betekent voor berichtgeving.

Politieperskaart

Voorwaarden, kosten en aanvragen bij de NVJ.


© Copyright - perskaart-aanvragen.com