Smaad en laster: het verschil en de regels voor journalisten

Smaad is het opzettelijk aantasten van iemands eer of goede naam door hem van een bepaald feit te beschuldigen, met het kennelijke doel daar ruchtbaarheid aan te geven (artikel 261 Wetboek van Strafrecht). Van laster is sprake als de dader weet dat het verweten feit niet waar is (artikel 262). Smaad is er niet als iemand te goeder trouw kon aannemen dat het verweten feit waar was en het algemeen belang de beschuldiging eiste.

Stand: 2 oktober 2026


Wat is smaad, wat is laster?

De definities staan in het Wetboek van Strafrecht (Sr). Smaadschrift is smaad via geschriften of afbeeldingen; laster is smaad of smaadschrift tegen beter weten in.

Smaad

“Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft” (artikel 261 Sr, eerste lid).

Smaadschrift

Smaad die gebeurt door middel van geschriften of afbeeldingen die worden verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht (artikel 261, tweede lid). Het Openbaar Ministerie vat het samen: “Er is sprake van smaadschrift wanneer de smadelijke uitlatingen worden verspreid door geschriften of afbeeldingen.”

Laster

Wie smaad of smaadschrift pleegt “wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is”, is schuldig aan laster (artikel 262 Sr).

Het verschil zit in de wetenschap van de dader. Artikel 261 noemt de waarheid van het verweten feit niet als voorwaarde; artikel 262 vereist dat de dader weet dat het feit niet waar is. Daarnaast moet het om een ‘bepaald feit’ gaan. Volgens de Hoge Raad is dat zo als het feit zo is geformuleerd “dat het een duidelijk te onderkennen concrete gedraging aanwijst” (ECLI:NL:HR:2009:BI1171). Toegeschreven eigenschappen of alleen algemeen omschreven gedrag vallen daar volgens die rechtspraak niet onder.

Rechterlijke uitspraken over het feit. Is de beledigde voor het verweten feit onherroepelijk veroordeeld, dan is een veroordeling wegens laster uitgesloten. Is hij onherroepelijk vrijgesproken, dan geldt dat als volkomen bewijs dat het feit onwaar is (artikel 265 Sr).


Smaad, laster en belediging: overzicht en strafmaximum

Dit zijn de maximumstraffen uit de wet. Wat het OM in een concreet geval eist, staat in richtlijnen voor strafvordering.

DelictKort gezegdMaximale strafArtikel
SmaadOpzettelijk iemands eer of goede naam aanranden door een bepaald feit te verwijten, om daar ruchtbaarheid aan te gevenGevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorieArt. 261, eerste lid, Sr
SmaadschriftSmaad via verspreide, openlijk tentoongestelde of aangeslagen geschriften of afbeeldingenGevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorieArt. 261, tweede lid, Sr
LasterSmaad of smaadschrift, terwijl de dader weet dat het feit niet waar isGevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorieArt. 262 Sr
Eenvoudige beledigingOpzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift heeftGevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorieArt. 266 Sr
Lasterlijke aanklachtOpzettelijk een valse klacht of aangifte tegen een bepaald persoon schriftelijk indienen, waardoor diens eer of goede naam wordt aangerandGevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorieArt. 268 Sr
Smaad over een overledeneEen feit dat smaad of smaadschrift zou zijn als de overledene nog leefdeGevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorieArt. 270 Sr

Geldboetecategorieën (artikel 23 Sr): volgens de redactionele noot op wetten.overheid.nl gelden per 1 januari 2026 € 5.500 (tweede categorie), € 11.000 (derde) en € 27.500 (vierde); in de getoonde wettekst staan nog de eerdere bedragen van € 3.350, € 6.700 en € 16.750. Bij belediging van onder meer de Koning, een ambtenaar tijdens of vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn bediening of een openbaar lichaam kunnen de gevangenisstraffen met een derde worden verhoogd (artikel 267 Sr).

Richtlijn van het OM

De Richtlijn voor strafvordering smaad(schrift) en lasterlijke aanklacht (2019R003) noemt in haar tabel voor een first offender bij smaadschrift een geldboete van € 350. Richt het feit zich tegen ambtenaren, andere gezagsfunctionarissen of journalisten, dan geldt volgens de richtlijn een opslag: “(+200%)”.

Over de datum van inwerkingtreding verschillen de bronnen: wetten.overheid.nl noemt 1 april 2019, op om.nl is geen uitdrukkelijke datum gevonden. De betekenis van alle tabelkolommen is niet geverifieerd.

Beledigende geschriften verspreiden

Wie een geschrift of afbeelding van beledigende of voor een overledene smadelijke inhoud verspreidt, terwijl hij dat weet of ernstige reden heeft om het te vermoeden, kan worden gestraft met ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie (artikel 271 Sr). Gebeurt dat in zijn beroep binnen twee jaar na een eerdere onherroepelijke veroordeling voor zo’n misdrijf, dan kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet (derde lid).


Belediging: wat geen smaad is

Elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift heeft, kan eenvoudige belediging zijn (artikel 266 Sr).

Uitzondering voor oordelen over openbare belangen

Artikel 266, tweede lid: “Niet als eenvoudige belediging strafbaar zijn gedragingen die ertoe strekken een oordeel te geven over de behartiging van openbare belangen, en die er niet op zijn gericht ook in ander opzicht of zwaarder te grieven dan uit die strekking voortvloeit.”

Politici in het publieke debat

Bij uitlatingen van een politicus in het publieke debat moet volgens de Hoge Raad worden gekeken naar het belang dat hij zaken van algemeen belang aan de orde kan stellen, ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten, maar ook naar zijn verantwoordelijkheid om geen uitlatingen te verspreiden die strijdig zijn met de wet en de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat (ECLI:NL:HR:2025:171).

De Richtlijn voor strafvordering belediging (2023R006) van het OM “heeft betrekking op eenvoudige belediging (mondeling, schriftelijk of door feitelijkheden)”.


Aangifte en vervolging: een klachtdelict

Belediging in de zin van deze titel wordt in de regel alleen vervolgd op klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd (artikel 269 Sr).

1

Klacht nodig

Het OM schrijft: “Smaad is een klachtdelict, dus het OM komt pas in actie als er ook daadwerkelijk om vervolging wordt gevraagd.”

2

Aangifte is niet genoeg

Volgens het OM: “Aangifte alleen is niet genoeg, de aangever moet echt te kennen geven vervolging te wensen.”

3

Uitzonderingen

Geen klacht is nodig in de gevallen van artikel 267 Sr en bij belediging van leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen (artikel 269 Sr). Bij smaad over een overledene kunnen bepaalde familieleden of de echtgenoot klacht doen (artikel 270).

Binnen welke termijn je een klacht moet indienen, staat niet in de geraadpleegde bronnen van het OM. Een aparte strafrechtelijke uitzondering voor journalisten, naast artikel 261, derde lid, is in de richtlijnen van het OM niet gevonden.


Het algemeen belang: wanneer smaad geen smaad is

Artikel 261, derde lid, Sr: “Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.”

Twee voorwaarden tegelijk

De tweede uitzondering vraagt twee dingen samen: de dader kon te goeder trouw aannemen dat het verweten feit waar was, én het algemeen belang eiste de beschuldiging. Zo formuleert ook het OM het. Deze bron noemt geen aparte uitzondering voor journalisten. Een advocaat-generaal bij de Hoge Raad vatte de bepaling in dezelfde woorden samen (ECLI:NL:PHR:2019:24); dat is een conclusie, geen uitspraak.

Overdrijving in het publieke debat

In 2019 vernietigde de Hoge Raad een veroordeling voor smaadschrift over affiches tegen een bouwbedrijf. Het hof had volgens de Hoge Raad niet zonder nadere motivering mogen aannemen dat de uitlatingen onnodig grievend waren, mede omdat uitingen in het licht van artikel 10 EVRM “een zekere mate van overdrijving of provocatie mogen bevatten” (ECLI:NL:HR:2019:1059).

Afweging bij herhaalde beschuldigingen. In 2011 liet de Hoge Raad een veroordeling voor smaad in stand. Het hof had het algemeen belang van kritiek op de waarheidsvinding in een strafzaak afgewogen tegen het belang van een gewone burger om te worden beschermd tegen herhaalde beschuldigingen van een ernstig misdrijf; dat getuigde volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting (ECLI:NL:HR:2011:BP0287).

Delen op sociale media. In 2018 bleef een veroordeling voor smaadschrift via Facebook in stand: het delen van een hyperlink naar een eigen, voor iedere bezoeker zichtbaar bericht, dat ook daadwerkelijk door anderen verder werd gedeeld, mocht als verspreiding van een geschrift worden aangemerkt (ECLI:NL:HR:2018:331).

Een uitspraak van de Hoge Raad in een strafzaak met een eigen inhoudelijke uitleg van artikel 261, derde lid, is in de geraadpleegde bronnen niet gevonden; de uitspraak bij de genoemde conclusie (ECLI:NL:HR:2019:297) bevat geen eigen motivering.


De civiele kant: onrechtmatige daad

Naast een strafzaak kan iemand die zich door een publicatie benadeeld voelt, naar de civiele rechter stappen.

Schadevergoeding

“Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden” (artikel 6:162 BW).

Afweging per geval

Welk recht zwaarder weegt, de vrijheid van meningsuiting of het recht op eer en goede naam, volgt volgens de Hoge Raad uit “een afweging van alle terzake dienende omstandigheden van het geval” (ECLI:NL:HR:2008:BB3210).

Rectificatie

Bij een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van feiten kan de rechter ook een rectificatie opleggen. Meer daarover lees je op de pagina over rectificatie.

In de zaak over beschuldigingen door een politicus die de Hoge Raad in 2012 besliste (ECLI:NL:HR:2012:BV1031), woog het hof onder meer de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de gevolgen, de ernst van de misstand vanuit het algemeen belang, de steun die de verdenkingen vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal en de inkleding van de verdenkingen. Al in 1995 ging de Hoge Raad in een zaak tegen Het Parool in op persvrijheid, het recht op eer en goede naam en de belangenafweging daartussen (ECLI:NL:HR:1995:ZC1602; nog onder het oude Burgerlijk Wetboek).


Wat dit betekent voor berichtgeving

Strafrecht en civiel recht zijn de wettelijke grenzen. Daarnaast toetst de Raad voor de Journalistiek, als instantie van zelfregulering, of journalisten zorgvuldig hebben gewerkt.

Hoor en wederhoor volgens de Leidraad. De Leidraad van de Raad voor de Journalistiek (september 2026), onderdeel B.3:

  • “Journalisten passen wederhoor toe bij personen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer die personen hierin slechts zijdelings een rol spelen.”
  • “Wie beschuldigd wordt, krijgt voldoende gelegenheid om, bij voorkeur in dezelfde publicatie, te reageren op de aantijgingen.”
  • “Wederhoor ontslaat journalisten overigens niet van hun opdracht zo waarheidsgetrouw mogelijk te berichten.”
  • “Het beginsel van wederhoor geldt niet voor publicaties die kennelijk een persoonlijke mening bevatten (bijvoorbeeld columns, recensies en opiniërende bijdragen) en berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten.”

De Leidraad bevat ook de zin: “Het afwijken van deze norm kan worden gerechtvaardigd wanneer er evident sprake is van een misstand én wanneer dit noodzakelijk is om de desbetreffende kwestie aan de orde te stellen.” Of die zin ook voor wederhoor (B.3) geldt, is niet eenduidig: op de webpagina staat hij in een voetnoot bij andere normen (B.1, B.2 en C.1), in de pdf-versie lijkt hij ook bij B.3 te staan.

ConclusieWaar het om gingOordeel van de Raad
RvdJ 2026/1 (20 januari 2026)Artikel waarin klager werd beticht van intieme terreur en misbruik van het rechtssysteemGegrond: bij beide aantijgingen “had dan ook deugdelijk wederhoor moeten plaatsvinden”; het argument dat de aard van het artikel minder strikt wederhoor toeliet, volgde de Raad niet.
RvdJ 2026/13 (17 maart 2026)Artikel over twee kampen in een kerkgemeenschapGegrond: “Tegen deze achtergrond had bij klager wederhoor moeten worden toegepast.”
RvdJ 2026/7 (19 februari 2026)Herziening van een eerdere conclusie over een serie in afleveringenGezien de ernst van de beschuldiging in aflevering 1 kon niet tot aflevering 5 worden gewacht met wederhoor.

De Raad kan geen sancties opleggen, zoals schadevergoeding en rectificatie, en is geen tuchtcollege (rvdj.nl). Een rechter in Amsterdam stelde in 2022 dat hogere eisen gelden aan zorgvuldigheid, feitenonderzoek, hoor en wederhoor en de formulering van beschuldigingen naarmate de gevolgen voor de betrokkene ernstiger zijn (ECLI:NL:RBAMS:2022:7051).


Veelgestelde vragen over smaad en laster

Bij laster weet de dader dat het feit dat hij een ander verwijt, niet waar is (artikel 262 Sr). Voor smaad (artikel 261 Sr) noemt de wet de waarheid van het feit niet als voorwaarde. Laster heeft een hoger strafmaximum.

Het opzettelijk aanranden van iemands eer of goede naam door hem van een bepaald feit te beschuldigen, met het kennelijke doel daar ruchtbaarheid aan te geven. Gebeurt dat via verspreide geschriften of afbeeldingen, dan heet het smaadschrift.

Smaad: ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie. Smaadschrift: ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie. Laster: ten hoogste twee jaar of een geldboete van de vierde categorie.

Ja, maar het gaat om een klachtdelict. Volgens het OM is aangifte alleen niet genoeg: je moet ook te kennen geven dat je vervolging wilt.

Volgens artikel 261 Sr: opzet, het aanranden van eer of goede naam, het verwijten van een bepaald feit en het kennelijke doel om daar ruchtbaarheid aan te geven. Een bepaald feit is volgens de Hoge Raad een duidelijk te onderkennen concrete gedraging (ECLI:NL:HR:2009:BI1171).

Ja. Wie een onrechtmatige daad pleegt die hem kan worden toegerekend, moet de schade vergoeden (artikel 6:162 BW). De rechter weegt daarbij de vrijheid van meningsuiting af tegen het recht op eer en goede naam. Ook rectificatie is mogelijk.

Dat kan. In 2018 bleef een veroordeling in stand voor het delen van een hyperlink naar een eigen, openbaar zichtbaar Facebookbericht dat ook door anderen verder werd gedeeld (ECLI:NL:HR:2018:331). Het hangt af van de omstandigheden.

Smaad bestaat niet als de dader te goeder trouw kon aannemen dat het verweten feit waar was en het algemeen belang de beschuldiging eiste (artikel 261, derde lid, Sr). Volgens de Leidraad krijgt wie beschuldigd wordt voldoende gelegenheid om te reageren, bij voorkeur in dezelfde publicatie.

Nee. Artikel 261, derde lid, Sr geldt voor iedereen. Een aparte uitzondering voor journalisten of houders van een perskaart is in de geraadpleegde bronnen niet gevonden.

Nee, deze informatie gaat over Nederland. In België gelden andere regels.

Dit is algemene informatie en geen juridisch advies.


Meer onderwerpen

Woo-verzoek indienen

Zo vraag je informatie op bij de overheid: stappen, termijnen en kosten.

Rectificatie

Wanneer je een correctie van een publicatie kunt eisen en welke route er is.

Politieperskaart

Voorwaarden, kosten en aanvragen bij de NVJ.


© Copyright - perskaart-aanvragen.com