Drone-regels voor journalisten en fotografen

Voor journalisten en fotografen gelden dezelfde drone-regels als voor iedereen: in de geraadpleegde Europese en Nederlandse regels is geen uitzondering voor media gevonden. In de open categorie heb je geen vergunning nodig, wel een exploitantnummer bij een drone met camera of vanaf 250 gram en in de regel een vliegbewijs; voldoe je niet aan de voorwaarden van de open categorie, dan heb je toestemming van de ILT nodig. Daarnaast gelden no-flyzones en, als je mensen filmt, de privacywet.

Stand: 2 oktober 2026


Drie categorieën

Volgens de Europese Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 vallen dronevluchten in de categorie open, specifiek of gecertificeerd (artikel 3). Welke categorie geldt, hangt af van de voorwaarden van de vlucht.

CategorieWat geldtBron
OpenGeen vergunning nodig; volgens de Rijksoverheid vliegen de meeste dronebestuurders in deze categorie. Voorwaarden onder meer: maximale startmassa onder 25 kg, veilige afstand tot mensen, niet boven mensenmassa’s, de drone altijd in zicht (VLOS) en maximaal 120 meter hoog.VO 2019/947, art. 4 · Rijksoverheid
SpecifiekIs aan een van de voorwaarden van de open categorie niet voldaan, dan is een exploitatievergunning nodig. Sinds 1 januari 2024 zijn er twee standaardscenario’s (STS-01 met een drone met C5-label, STS-02 met C6-label); “Als u voor uw dronevlucht geen gebruik kunt maken van een standaardscenario heeft u een exploitatievergunning (OA) nodig.”VO 2019/947, art. 5 · ILT
GecertificeerdCertificering nodig, onder meer bij vluchten boven mensenmassa’s met grotere drones, vervoer van mensen of van gevaarlijke goederen.VO 2019/947, art. 6 · Rijksoverheid

Voor de categorieën specifiek en gecertificeerd is toestemming nodig van de ILT-Luchtvaartautoriteit. In de geraadpleegde voorwaarden voor de open categorie is betaald of zakelijk gebruik geen criterium; wel moeten ook eigenaren die drones voor hun bedrijf inzetten zich registreren.

Subcategorie openMensen en afstandVolgens de Rijksoverheid
A1Niet boven mensenmassa’s vliegen, en je verwacht redelijkerwijs dat je geen onbetrokken persoon overvliegt (UAS.OPEN.020).Drone met C1-label (onder 900 gram): “Vlieg niet over een grote groep mensen” en “Vlieg zo min mogelijk over mensen”
A2Niet boven onbetrokken personen; horizontale afstand van minstens 30 meter, met actieve lage-snelheidsmodus minimaal 5 meter (UAS.OPEN.030).Drone met C2-label (onder 4 kg): “Vlieg niet over mensen”
A3Geen onbetrokken personen in gevaar brengen; minstens 150 meter horizontale afstand tot woon-, handels-, industrie- en recreatiegebieden (UAS.OPEN.040).Drone met C3- of C4-label: “Zorg voor minstens 150 meter afstand van gebieden voor wonen, handel, industrie of recreatie”

Bron: bijlage deel A bij VO 2019/947 (oorspronkelijke versie) en rijksoverheid.nl, regels open categorie. De geconsolideerde versie van de verordening kon niet worden geraadpleegd.


Registratie en exploitantnummer

Wie een drone bezit (de exploitant), registreert zich in Nederland door bij de RDW een exploitantnummer aan te vragen. “Dit geldt ook voor eigenaren die voor hun bedrijf drones inzetten.” (Rijksoverheid)

Wanneer verplicht?

Volgens de RDW als je eigenaar bent van een drone met een camera of van 250 gram of meer, als je met zo’n drone van iemand anders vliegt, en als je eigenaar bent van een speelgoeddrone van 250 gram of meer. Een drone zonder camera en lichter dan 250 gram heeft volgens de Rijksoverheid geen exploitantnummer nodig.

Kosten en geldigheid

Aanvragen kost volgens de RDW € 23,00. “Uw exploitantnummer is een jaar geldig. Daarna moet u het verlengen bij de RDW.” Je hebt één nummer nodig, ook als je meer drones hebt. Leen je je drone uit, dan moet de ander zelf een exploitantnummer hebben.

Zichtbaar op de drone

Het nummer breng je zichtbaar aan, als plaatje, sticker of QR-code. Volgens de RDW alleen het deel vóór het streepje; de laatste drie tekens laat je weg. De meeste drones hebben daarnaast een Remote ID nodig, behalve met een C0- of C4-label.

Twee onduidelijkheden in de bronnen. De verplichting om het nummer op de drone aan te brengen staat in de oorspronkelijke versie van de verordening in artikel 14, zesde lid; het Openbaar Ministerie noemt in een afdoeningsbeslissing “art. 14 lid 8 Verordening 2019/947” (ELOM:2025:002). Mogelijk is de nummering later gewijzigd; de geconsolideerde versie kon niet worden geraadpleegd. Daarnaast is niet eenduidig hoe speelgoeddrones met camera onder 250 gram worden behandeld: de verordening zondert drones uit die aan de speelgoedrichtlijn 2009/48/EG voldoen, de Rijksoverheid noemt alleen drones zonder camera en lichter dan 250 gram, en de RDW noemt speelgoeddrones vanaf 250 gram.

Wettelijke basis van de jaartermijn: artikel 9 Regeling onbemande luchtvaartuigen.


Vliegbewijs

Naast de registratie van de eigenaar heeft de bestuurder vaak een bewijs van bekwaamheid nodig, het vliegbewijs.

A1 en A3

“Voor vliegen met drones zwaarder dan 250 gram moet u een vliegbewijs hebben.” Na een online training en een online kennistest vraag je het vliegbewijs aan bij de RDW; dat is voldoende voor de subcategorieën A1 en A3. “Een vliegbewijs is 5 jaar geldig.” (Rijksoverheid)

A2

Voor A2 vraagt de verordening daarnaast een bewijs van bekwaamheid als bestuurder op afstand, afgegeven door de bevoegde autoriteit (UAS.OPEN.030). Voor de specifieke categorie gelden aanvullende eisen.

Minimumleeftijd

“De minimale leeftijd om te vliegen met een drone is 16 jaar”, schrijft de Rijksoverheid.

Over de grens van 250 gram verschillen de formuleringen: de Rijksoverheid noemt een vliegbewijs nodig voor drones “zwaarder dan 250 gram”, de RDW spreekt van drones “vanaf 250 gram”. Voor een drone van precies 250 gram is dat dus niet eenduidig. De kosten van een vliegbewijs zijn in de geraadpleegde bronnen niet gevonden; een vliegbewijs is niet afhankelijk van een perskaart.


Waar mag je vliegen?

“De bestuurder van de drone controleert of het toegestaan is om op de gewenste locatie te vliegen.” (Rijksoverheid) De no-flyzones voor de open categorie staan op de kaarten van Aeret Kaartviewer en GoDrone; de situatie ter plekke kan afwijken van de kaarten.

Niet boven

In de open categorie niet boven overheidsgebouwen, militaire (oefen)terreinen, evenementen of andere tijdelijk afgezette gebieden, wegen met een limiet van 80 km/u of hoger, spoorlijnen, gebieden rond vliegvelden en sommige Natura 2000-gebieden. Met geen enkele drone boven paleizen en gebouwen van het Koninklijk Huis en beschermde natuurgebieden boven de Waddenzee (Rijksoverheid).

Afstand tot wegen en spoor

Volgens de Regeling onbemande luchtvaartuigen (artikel 6): horizontaal minstens 50 meter (A1, A2) of 150 meter (A3) van autosnelwegen, autowegen en wegen met een maximumsnelheid van 80 km/u, en 25 meter (A1, A2) of 150 meter (A3) van spoorlijnen.

Andere zones

De Regeling zonering onbemande luchtvaartuigen wijst extra zones aan, onder meer laagvliegroutes (in de open categorie niet hoger dan 30 meter), ongecontroleerde luchthavens en helihavens, havens, industriegebieden en vitale infrastructuur.

Controlezones rond vliegvelden (CTR). Artikel 7, eerste lid, van de Regeling onbemande luchtvaartuigen verbiedt vluchten met een onbemand luchtvaartuig in onder meer de Schiphol CTR, Maastricht CTR, Lelystad CTR 1 en 2, Eelde CTR, Rotterdam CTR en het Nederlandse deel van de Niederrhein CTR. Volgens LVNL zijn vluchten in de open categorie in CTR’s niet toegestaan; voor vluchten daar plan je een missie in GoDrone, bij civiele CTR’s minstens twee dagen vooraf (uiterlijk 10.00 uur lokale tijd), bij militaire CTR’s minstens 24 uur vooraf.

Vanaf 26 november 2026. Volgens de Rijksoverheid: “Per 26 november 2026 hoeven dronepiloten geen toestemming meer te vragen voor vliegen in het buitenste deel van het luchtverkeersleidinggebied.” Dat is het gebied met een straal van ongeveer 15 kilometer rond het vliegveld, tot ongeveer 1000 meter hoogte (nieuwsbericht 24 september 2026).

De bronnen sluiten niet op elkaar aan: de Regeling (versie per 1 januari 2026) en LVNL spreken van een verbod voor de open categorie, de Rijksoverheid spreekt zowel van verboden zones als van toestemming vragen, en de LVNL-pagina noemt de wijziging per 26 november 2026 niet. Welke tekst de Regeling na die datum heeft, is niet nagegaan.


Opnames van mensen en privacy

Voor beelden uit de lucht gelden naast de luchtvaartregels ook de privacyregels.

Wat de overheid schrijft

De Rijksoverheid noemt privacy respecteren als regel voor dronebestuurders: “een dronebestuurder mag bijvoorbeeld alleen mensen filmen die toestemming geven”. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) schrijft op haar Engelstalige pagina dat de AVG geldt, ongeacht hoe zwaar of licht de drone is, dat mensen moeten worden geïnformeerd dat ze gefilmd kunnen worden, en dat ze zonder toestemming niet herkenbaar in beeld mogen zijn (AP).

En journalistiek?

Voor verwerking voor uitsluitend journalistieke doeleinden zijn de Uitvoeringswet AVG en grote delen van de AVG niet van toepassing (artikel 43 UAVG; zie portretrecht en de AVG). Een uitspraak van de AP over drone-opnames en die journalistieke uitzondering is in de bronnen niet gevonden; een Nederlandstalige AP-pagina over drones evenmin. In de specifieke categorie moet de exploitant verklaren dat de vlucht voldoet aan de regels over onder meer privacy en gegevensbescherming (artikel 12, tweede lid, VO 2019/947).

Boven een woonwijk. Volgens de AP is het luchtvaartrechtelijk niet verboden om met een drone lichter dan 900 gram boven een woonwijk te vliegen. In A1 moet je wel redelijkerwijs verwachten dat je geen onbetrokken persoon overvliegt, en de Rijksoverheid adviseert bij C1-drones zo min mogelijk over mensen te vliegen. De accenten verschillen, de regels sluiten elkaar niet uit.

Rechtspraak over buren. De rechtbank Gelderland oordeelde dat het vliegen met een camera-drone boven het perceel van de buren, zodanig dat zij zich bespied kunnen voelen, onrechtmatig was; het uit de lucht schieten van de drone ook, en ieder moest de helft van de schade dragen (ECLI:NL:RBGEL:2017:2663). De rechtbank Midden-Nederland verbood in kort geding opnames van het erf van de buren, ook met een drone, omdat een drone een vogelvluchtperspectief geeft dat verder reikt dan het eigen terrein (ECLI:NL:RBMNE:2017:4224). Beide zijn uitspraken van lagere rechters.


Geen aparte regels voor media, wel boetes

In de verordening, de Regeling onbemande luchtvaartuigen, de Regeling zonering en op de geraadpleegde pagina’s van Rijksoverheid, ILT, RDW en LVNL is geen uitzondering voor journalisten, media of pers gevonden. Een perskaart verandert niets aan de drone-regels.

OvertredingWat de bron noemtBron
Drone boven een bijeenkomst van mensen tijdens een demonstratie, voor een documentaireDe vlucht werd uitgevoerd “ten behoeve van het maken van een documentaire”; het OM vond “een geldboete van € 350,– passend”.OM, ELOM:2024:042
Vliegen zonder vereist vliegbewijsDe Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwet- en regelgeving hanteert volgens het OM “als uitgangspunt een boete van € 250,–”.OM, ELOM:2025:001
Exploitantnummer niet op de droneDe rechter veroordeelde tot “een geldboete van € 100,–”. De vlucht wordt juridisch uitgevoerd door de exploitant, ook als een ander de drone bestuurt.OM, ELOM:2025:002
Niet registreren“U kunt een boete krijgen als u zich niet registreert als eigenaar van een drone terwijl dit wel moet.” Een bedrag noemt de bron niet.Rijksoverheid

Het gaat om afdoeningsbeslissingen van het OM in afzonderlijke zaken, niet om vaste tarieven. De ILT-Luchtvaartautoriteit houdt toezicht en handhaaft; bedragen van bestuurlijke boetes van de ILT en de boetetabel van de OM-richtlijn zelf zijn in de bronnen niet gevonden.


Checklist vóór de vlucht

Zes vragen die volgen uit de regels hierboven.

1

Welke categorie?

Past de vlucht binnen de open categorie (onder 25 kg, in zicht, maximaal 120 meter, veilige afstand tot mensen)? Zo niet, dan heb je toestemming van de ILT nodig.

2

Exploitantnummer geregeld?

Bij een drone met camera of vanaf 250 gram: nummer aangevraagd bij de RDW, nog geldig en zichtbaar op de drone; Remote ID ingesteld, behalve bij een C0- of C4-label.

3

Vliegbewijs bij je?

Voor drones zwaarder dan 250 gram is een vliegbewijs nodig; voor A2 een aanvullend bewijs van bekwaamheid.

4

Locatie gecontroleerd?

Kijk op Aeret Kaartviewer of GoDrone, let op afstanden tot wegen en spoor en op controlezones; de situatie ter plekke kan afwijken.

5

Mensen in de buurt?

Niet boven mensenmassa’s; afhankelijk van de subcategorie geen onbetrokken personen overvliegen en afstand houden.

6

Privacy en verzekering?

Bedenk of je herkenbare mensen filmt. Volgens de RDW hangt een verzekeringsplicht af van waar en met welke drone je vliegt; voor particulieren met een drone vanaf 20 kilogram is een verzekering verplicht.


Veelgestelde vragen over drone-regels

In de open categorie niet. Voor de categorieën specifiek en gecertificeerd heb je toestemming van de ILT-Luchtvaartautoriteit nodig, bijvoorbeeld een exploitatievergunning als je geen standaardscenario kunt gebruiken.

Vluchten die voldoen aan de voorwaarden van de open categorie: onder meer een maximale startmassa onder 25 kg, de drone altijd in zicht, maximaal 120 meter hoog, veilige afstand tot mensen en niet boven mensenmassa’s. Registratie en vliegbewijs kunnen wel nodig zijn.

Ja, als je eigenaar bent van een drone met camera of van 250 gram of meer. Je vraagt dan bij de RDW een exploitantnummer aan; dat kost volgens de RDW € 23,00 en is een jaar geldig.

Volgens de Rijksoverheid voor drones zwaarder dan 250 gram; de RDW spreekt van drones vanaf 250 gram. Het vliegbewijs voor A1 en A3 haal je met een online training en kennistest en is vijf jaar geldig.

Zonder camera heb je volgens de Rijksoverheid geen exploitantnummer nodig. Met camera kan registratie wel verplicht zijn; voor speelgoeddrones met camera zijn de bronnen niet eenduidig. De no-flyzones gelden ook: op sommige plekken mag je met geen enkele drone vliegen.

Volgens de AP is dat luchtvaartrechtelijk niet verboden met een drone lichter dan 900 gram. Wel gelden de regels van de subcategorie (in A3 bijvoorbeeld 150 meter afstand tot woongebieden) en de privacywet.

De Rijksoverheid schrijft dat een dronebestuurder bijvoorbeeld alleen mensen mag filmen die toestemming geven; volgens de AP geldt de AVG ongeacht het gewicht van de drone. Hoe de journalistieke uitzondering van artikel 43 UAVG bij drone-opnames uitwerkt, is in de bronnen niet gevonden.

Volgens de Rijksoverheid hoeven dronepiloten dan geen toestemming meer te vragen voor vliegen in het buitenste deel van het luchtverkeersleidinggebied rond Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Maastricht en Lelystad. De Regeling en de LVNL-pagina noemen die wijziging (nog) niet.

Rechters hebben in burenzaken het vliegen met een camera-drone boven andermans perceel onrechtmatig geacht en opnames van het erf van de buren verboden (ECLI:NL:RBGEL:2017:2663, ECLI:NL:RBMNE:2017:4224). In de Gelderse zaak was ook het uit de lucht schieten van de drone onrechtmatig.

Nee. In de geraadpleegde regels is geen uitzondering voor journalisten, media of pers gevonden, ook niet voor houders van een perskaart. Ook een vlucht voor een documentaire leidde tot een geldboete (ELOM:2024:042).

In de open categorie maximaal 120 meter boven het dichtstbijzijnde punt van het aardoppervlak. In laagvliegroutes uit de Regeling zonering niet hoger dan 30 meter.

Volgens de RDW hangt dat af van waar en met welke drone je vliegt. Voor particulieren met een drone vanaf 20 kilogram is een verzekering verplicht; daaronder raadt de RDW een verzekering sterk aan.

Nee, deze informatie gaat over Nederland. In België gelden andere regels.

Dit is algemene informatie en geen juridisch advies.


Meer onderwerpen

Fotograferen en filmen in de openbare ruimte

Wat mag op straat, bij de politie en bij demonstraties, en wanneer publiceren een andere vraag is.

Portretrecht

Wanneer je een foto van iemand mag publiceren: in opdracht, zonder opdracht en het redelijk belang.

Bronbescherming

Het verschoningsrecht van journalisten: wie zich erop kan beroepen en waar de grenzen liggen.


© Copyright - perskaart-aanvragen.com