Bronbescherming: het verschoningsrecht van journalisten

Een journalist of publicist die als getuige wordt gehoord, kan weigeren vragen te beantwoorden over de herkomst van gegevens die hem in het kader van nieuwsgaring ter openbaarmaking zijn verstrekt (artikel 218a Wetboek van Strafvordering). De rechter-commissaris kan dat beroep afwijzen als bij het onbeantwoord blijven van de vragen aan een zwaarder wegend maatschappelijk belang een onevenredig grote schade zou worden toegebracht. Dit verschoningsrecht staat sinds 1 oktober 2018 in de wet.

Stand: 2 oktober 2026


Wat zegt de wet?

Het verschoningsrecht voor journalisten is geregeld in de Wet bronbescherming in strafzaken, die op 1 oktober 2018 in werking trad (rijksoverheid.nl). Daarmee kwam artikel 218a in het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Het recht om te zwijgen over je bron

“Getuigen die als journalist of publicist in het kader van nieuwsgaring, beschikken over gegevens van personen die deze gegevens ter openbaarmaking hebben verstrekt, kunnen zich verschonen van het beantwoorden van vragen over de herkomst van die gegevens.” (artikel 218a, eerste lid, Sv)

De uitzondering

“De rechter-commissaris kan het beroep van de getuige, bedoeld in het eerste lid, afwijzen indien hij oordeelt dat bij het onbeantwoord blijven van vragen aan een zwaarder wegend maatschappelijk belang een onevenredig grote schade zou worden toegebracht.” (artikel 218a, tweede lid, Sv)

Los van het beroepsgeheim. Artikel 218 Sv geeft een verschoningsrecht aan wie “uit hoofde van hun stand, hun beroep of hun ambt tot geheimhouding verplicht” is. Voor journalisten en publicisten is er sinds 2018 een eigen bepaling. Uitspraken dat journalisten geen wettelijk verschoningsrecht hebben, gaan uit van de situatie van vóór 1 oktober 2018.


Wie kan zich erop beroepen?

De wet spreekt van “journalist of publicist”. Hoe het Openbaar Ministerie dat uitlegt, staat in de Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten (2024).

Journalisten en publicisten

Volgens het WODC vallen “zowel journalisten als publicisten” onder de bescherming van artikel 218a Sv, dus ook mensen die journalistiek niet als hoofdberoep uitoefenen.

Ook fotografen en bloggers

Volgens de Aanwijzing komt het recht “toe aan professionals, natuurlijke personen of rechtspersonen, werkend of publicerend in de media”. Daartoe kunnen “behalve journalisten en publicisten, ook fotografen, cameramensen, cartoonisten, schrijvers, programmamakers, bloggers en vloggers worden gerekend”. Die opsomming staat in de Aanwijzing, niet in de wettekst.

Ook parttime of onbetaald

De Aanwijzing noemt “niet alleen diegenen die geheel beroepsmatig en alleen tegen betaling als journalist werkzaam zijn, maar nadrukkelijk ook diegenen die parttime of onbetaald journalistiek bedrijven”, of die als publicist op gestructureerde en regelmatige wijze een substantiële bijdrage leveren aan het publieke debat.

Geen perskaart vereist. Artikel 218a Sv en de Aanwijzing knopen het verschoningsrecht vast aan wat iemand doet (nieuwsgaring, berichtgeving), niet aan een perskaart of lidmaatschap. Of de titel “journalist” wettelijk beschermd is, is in de geraadpleegde bronnen niet gevonden.


Grenzen: wanneer kan het verschoningsrecht wijken?

Het verschoningsrecht “kan alleen worden doorbroken als de rechter oordeelt dat het maatschappelijk belang zwaarder weegt dan het recht op bronbescherming”, vat het WODC samen. Uitspraken laten zien hoe die afweging uitvalt.

UitspraakWat er gebeurdeBron
Rb. Rotterdam (raadkamer), 25 oktober 2019Een journalist werd uit gijzeling ontslagen. “Bij deze belangenafweging moet veel gewicht worden toegekend aan het fundamentele belang van de vrijheid van nieuwsgaring”; de rechtbank was onvoldoende gebleken van een zo zwaarwegend belang dat het verschoningsrecht moest worden doorbroken.ECLI:NL:RBROT:2019:8376
Rb. Rotterdam (rechter-commissaris), 2 februari 2024Een verslag van afgeluisterde vertrouwelijke communicatie tussen verdachten en journalisten mocht aan het dossier worden toegevoegd. De journalisten hadden hun bron in publicaties bij naam genoemd: “Daarmee vallen de uitgewisselde gegevens buiten het bereik van de bronbescherming van artikel 218a Sv.”ECLI:NL:RBROT:2024:844
Rb. Rotterdam (rechter-commissaris), 7 november 2024“Journalist mocht als getuige worden opgeroepen. Zijn beroep op het journalistiek verschoningsrecht wordt door de rechter-commissaris gehonoreerd.”ECLI:NL:RBROT:2024:11231

Over bronnen die bekend zijn, verschillen de accenten. In 2019 schreef de rechtbank Rotterdam dat het verschoningsrecht volgens rechtspraak van het EHRM “(in beginsel) ook voor bronnen die niet of niet langer anoniem zijn” geldt. In 2024 oordeelde de rechter-commissaris in Rotterdam dat journalisten die hun bron zelf bij naam hadden genoemd, daarmee “hun bronbescherming opgegeven” hadden. Een uitspraak van de Hoge Raad over artikel 218a Sv is in de geraadpleegde bronnen niet gevonden.


Inbeslagneming, doorzoeking en opvragen van gegevens

De bronbescherming werkt ook door in de bevoegdheden van politie en Openbaar Ministerie.

OnderwerpWat de wet of de Aanwijzing zegtBron
Bevel tot uitleveringJournalisten en publicisten zijn niet verplicht aan een bevel tot uitlevering te voldoen, “voorzover de uitlevering met hun plicht tot geheimhouding in strijd zou zijn”.Art. 96a, derde lid, Sv
InbeslagnemingBij hen worden, “tenzij met hunne toestemming, niet in beslag genomen brieven of andere geschriften, tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt. De rechter-commissaris is bevoegd ter zake te beslissen.”Art. 98, eerste lid, Sv
Gegevens opvragen bij een aanbieder van een communicatiedienstGaat de vordering over iemand die aanspraak kan maken op bronbescherming, dan is een schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris nodig; artikel 218a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.Art. 126n, tweede lid, Sv
Opgeslagen gegevens opvragenOok hier: bij een persoon die aanspraak kan maken op bronbescherming alleen na schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris.Art. 126nd, tweede lid, Sv
Journalistiek materiaal, ook foto’s en opnamesDe officier van justitie vordert een bevel tot uitlevering ter inbeslagneming (artikel 105 Sv) bij de rechter-commissaris; een doorzoeking vordert hij op grond van artikel 110 Sv bij de rechter-commissaris. Het journalistieke werk moet “zo min mogelijk belemmerd” worden.Aanwijzing (2024)
Toetsing bij andere bevoegdhedenBij de artikelen 126n, 126nd, 126u, 126ud, 126zh, 126zl en 126nda Sv is volgens de Aanwijzing “een toetsing door de rechter-commissaris aan het criterium van artikel 218a Sv vereist” als de vordering een journalist betreft.Aanwijzing (2024)

De OM-Aanwijzing van 2024

De Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten (2024A002) beschrijft de normen voor het OM en de opsporingsdiensten bij optreden met betrekking tot een journalist of publicist.

In werking sinds 1 mei 2024

“De Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten treedt per 1 mei 2024 in werking, en vervangt daarmee de ‘Aanwijzing strafvorderlijk optreden tegen journalisten’.” (OM, 29 april 2024)

Terughoudendheid

“Voorop staat dat zeer terughoudend moet worden omgegaan met de toepassing van dwangmiddelen jegens journalisten die aanspraak kunnen maken op bronbescherming.”

Rechter-commissaris direct inlichten

Aanleiding voor de nieuwe versie was volgens het OM een onderzoek waarin een gesprek tussen verdachten werd opgenomen waarbij soms journalisten aanwezig waren. Wordt vóór de inzet van een dwangmiddel duidelijk dat (ook) een journalist betrokken is, dan moet de rechter-commissaris “daarover onmiddellijk worden geïnformeerd”.

Op wetten.overheid.nl staan meerdere versies van deze aanwijzing; de huidige (BWBR0049630) geldt sinds 1 mei 2024, de vorige gold van 1 juni 2020 tot en met 30 april 2024. Oudere berichten verwijzen soms naar eerdere versies. Zo noemde het OM in 2018 bij de toen nieuwe aanwijzing onder meer een criterium van feiten waarop “volgens de wet een gevangenisstraf van 12 jaar of meer staat” (OM, 1 oktober 2018); of dat in de versie van 2024 nog zo geldt, is niet nagegaan.


Europese rechtspraak

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) toetst bronbescherming aan artikel 10 EVRM, de vrijheid van meningsuiting. Twee zaken gingen over Nederland.

Voskuil tegen Nederland (2007)

Volgens het persbericht van het EHRM oordeelde het Hof op 22 november 2007 (nr. 64752/01): “There had therefore been a violation of Article 10.” Het persbericht noemt de bescherming van journalistieke bronnen “one of the basic conditions for freedom of the press”.

Sanoma Uitgevers tegen Nederland (2010)

De Grote Kamer stelde op 14 september 2010 (nr. 38224/03) een schending van artikel 10 EVRM vast, omdat de inmenging niet bij wet was voorzien. Over de waarborgen: “First and foremost among these safeguards is the guarantee of review by a judge or other independent and impartial decision-making body.” (uitspraak)

Van Voskuil is alleen het persbericht geraadpleegd, niet de uitspraak zelf. De citaten uit beide pdf-documenten van het EHRM zijn niet woordelijk tegen een tweede bron gecontroleerd. De Aanwijzing van het OM verwijst daarnaast naar de EHRM-zaken Goodwin (1996), Nagla (2013) en Becker (2017); de inhoud daarvan is hier niet opgenomen.


In de praktijk: zes punten uit de bronnen

Wat de wet en de rechtspraak betekenen, hangt af van het geval. Deze punten volgen rechtstreeks uit de geraadpleegde bronnen.

1

Beroep doen als getuige

Word je als getuige gehoord, dan kun je je op artikel 218a Sv beroepen voor vragen over de herkomst van gegevens die je ter openbaarmaking zijn verstrekt.

2

Geen plicht tot uitlevering

Je bent niet verplicht aan een bevel tot uitlevering te voldoen voor zover dat in strijd is met je plicht tot geheimhouding (artikel 96a, derde lid, Sv).

3

Inbeslagneming

Geschriften waarop je geheimhouding zich uitstrekt, worden niet zonder je toestemming in beslag genomen; de rechter-commissaris beslist (artikel 98 Sv).

4

Een bron noemen kan gevolgen hebben

Noem je je bron zelf bij naam, dan kan de rechter oordelen dat de uitgewisselde gegevens buiten de bronbescherming vallen (ECLI:NL:RBROT:2024:844).

5

Gelekte gegevens

Het verwerven of verspreiden van niet-openbare gegevens die door misdrijf zijn verkregen, is strafbaar (artikel 139g Sr). Niet strafbaar is wie “te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het algemeen belang” dat vereiste.

6

Geen absolute bescherming

De rechter-commissaris kan het beroep afwijzen als een zwaarder wegend maatschappelijk belang onevenredig grote schade zou lijden (artikel 218a, tweede lid, Sv).

Volgens het WODC waren in de evaluatie van de wet “slechts van zes zaken concrete feiten bekend” waarin een journalist aanspraak maakte op het verschoningsrecht; “In deze zaken is steeds volgens de wet gehandeld.” Het evaluatierapport zelf (98 pagina’s) is niet inhoudelijk geraadpleegd.


Veelgestelde vragen over bronbescherming

De bescherming van de identiteit van personen die een journalist of publicist informatie geven. In het strafrecht is ze vooral geregeld in artikel 218a Sv en in bepalingen over inbeslagneming en het opvragen van gegevens.

Het recht om als getuige geen antwoord te geven op vragen over de herkomst van gegevens die je in het kader van nieuwsgaring ter openbaarmaking zijn verstrekt (artikel 218a, eerste lid, Sv).

Ja. Sinds de Wet bronbescherming in strafzaken op 1 oktober 2018 in werking trad, staat het in artikel 218a van het Wetboek van Strafvordering.

Volgens de wet journalisten en publicisten. Volgens de OM-Aanwijzing kunnen daartoe ook fotografen, cameramensen, cartoonisten, schrijvers, programmamakers, bloggers en vloggers worden gerekend, ook als zij parttime of onbetaald werken.

Nee. Artikel 218a Sv en de Aanwijzing noemen geen perskaart; het gaat om nieuwsgaring en berichtgeving.

Dat is in de geraadpleegde bronnen niet gevonden. Voor bronbescherming kijkt de Aanwijzing naar wat iemand doet, niet naar een titel.

De rechter-commissaris kan het beroep op het verschoningsrecht afwijzen als een zwaarder wegend maatschappelijk belang onevenredig grote schade zou lijden. In 2019 ontsloeg de rechtbank Rotterdam een journalist uit gijzeling omdat zo’n belang onvoldoende was gebleken (ECLI:NL:RBROT:2019:8376).

De rechtbank Rotterdam schreef in 2019 dat het verschoningsrecht volgens het EHRM (in beginsel) ook geldt voor bronnen die niet of niet langer anoniem zijn. In 2024 oordeelde de rechter-commissaris dat journalisten die hun bron zelf bij naam hadden genoemd, hun bronbescherming hadden opgegeven.

Geschriften waarop de geheimhouding zich uitstrekt, worden niet zonder toestemming in beslag genomen; de rechter-commissaris beslist (artikel 98 Sv). Volgens de Aanwijzing vordert de officier van justitie voor journalistiek materiaal een bevel tot uitlevering bij de rechter-commissaris.

Artikel 139g Sr stelt het verwerven en verspreiden van door misdrijf verkregen niet-openbare gegevens strafbaar, maar niet als iemand te goeder trouw kon aannemen dat het algemeen belang dat vereiste.

De geraadpleegde bronnen gaan over strafzaken. Regels voor civiele of bestuursrechtelijke procedures zijn daarin niet gevonden.

Nee, deze informatie gaat over Nederland. In België gelden andere regels.

Dit is algemene informatie en geen juridisch advies.


Meer onderwerpen

Woo-verzoek indienen

Zo vraag je informatie op bij de overheid: stappen, termijnen en kosten.

Smaad en laster

Het verschil, de straffen en wat het algemeen belang betekent voor berichtgeving.

Fotograferen en filmen in de openbare ruimte

Wat mag op straat, bij de politie en bij demonstraties, en wanneer publiceren een andere vraag is.


© Copyright - perskaart-aanvragen.com