Twee formuleringen van de AP. Op de Nederlandstalige pagina ‘Beeldmateriaal’ schrijft de AP over fotojournalisten: “Ook als u journalist bent, moet u een grondslag uit de privacywet hebben om persoonsgegevens te mogen verwerken.” Op een Engelstalige AP-pagina staat: “Does a publication qualify as a journalistic exception? If so you, as an author, do not have to ask consent from the data subjects for the use of their personal data.” Of dit inhoudelijk tegenstrijdig is (een grondslag tegenover toestemming), blijkt niet uit de bronnen. Ook de Nederlandse passage staat sinds de doorverwijzing niet meer op de nieuwe AP-pagina.
Waar je een klacht kwijt kunt. Volgens dezelfde Engelstalige pagina is de AP niet bevoegd over een klacht te oordelen als de journalistieke uitzondering geldt, maar een rechter wel; die beslist welk recht in het geval zwaarder weegt. Als factoren noemt de AP daar onder meer de bijdrage aan een debat van algemeen belang, hoe bekend de betrokkene is, het onderwerp, het eerdere gedrag van de betrokkene, inhoud, vorm en gevolgen van de publicatie en hoe de informatie is verkregen. Op de Nederlandse pagina stond: “De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houdt geen toezicht op verwerkingen die uitsluitend plaatsvinden voor journalistieke doeleinden.”
Een uitdrukkelijke uitspraak van de AP over de verhouding tussen portretrecht en AVG is in de bronnen niet gevonden; de pagina ‘Beeldmateriaal’ noemt het portretrecht alleen bij deepfakes.